Zondag 20 maart 2022, De Brasserie Het Zonnehuis Zonnehuisgroep Vlaardingen, zondag 27 maart 2022, Gereformeerde Kerk Dinteloord, zondag 3 april 2022, Protestantse Gemeente Wormerveer & zondag 10 april 2022, Houtrustkerk Den Haag

Preek naar aanleiding van Exodus 34:27-35 uit de Naardense Bijbel en 1 Korintiërs 13:1-13 uit de Herziene Statenvertaling voor de kerkdienst op zondag 20 maart 2022 om 10.15 uur in De Brasserie van Het Zonnehuis binnen de Zonnehuisgroep Vlaardingen, uit de NBV21 voor de kerkdienst op zondag 27 maart 2022 om 10.00 uur in de Gereformeerde Kerk te Dinteloord, voor de kerkdienst op zondag 3 april 2022 om 10.00 uur in de Kerk aan het Noordeinde van de Protestantse Gemeente Wormerveer en uit de Naardense Bijbel voor de kerkdienst op zondag 10 april 2022 om 10.30 uur in de Houtrustkerk te Den Haag

Gemeente,

Het boek Exodus is geschreven tijdens de glansjaren van twee koningen in de tiende eeuw voor Christus. Exodus bevat volksliteratuur, waarin de auteurs met gevoel voor drama tal van gebeurtenissen uitvergroten. De drama-literatuur in Exodus biedt tegenwicht aan de praktijk van het vasten, dat beoogt een mens innerlijk en fysiek te reinigen van gif-en afvalstoffen. Na de uittocht uit Egypte, het land van de afhankelijkheid, waar een mens de eigen vrijheid aan een ander heeft verkocht, de doortocht door de Rode Zee, symbool voor de ‘plaats’ waar een mens geen vaste grond onder de voeten heeft, de beproeving van ervaringen, die een mens bitter kunnen maken, en de strijd tegen de Amalekieten, ofwel, mensen die ons met hun verwachtingen terugdringen in oude rollen waarin we niet kunnen leven, na dat alles is het tijd voor een verheerlijking op een berg. Verheerlijking betekent dat een mens ontvankelijk wordt, zich openstelt voor inzichten van buitenaf.

In het boek Exodus staan zowel het loskomen van patronen die een mens onderdrukken, als het optrekken naar een groots festijn centraal: beide breukmomenten zijn samengevat in de geloofservaring van Israël. De uittocht van het volk Israël kunnen we begrijpen tegen de achtergrond van uitbuiting. Mensen waar ook ter wereld wordt in Exodus de mogelijkheid voor ogen gesteld om pogingen van medemensen tot manipulatie te ontmaskeren en daar geen genoegen mee te nemen door op een plaats te gaan leven waar men wel een humaan bestaan kan opbouwen. Wie buiten de oevers van Exodus treedt, kan zien dat de beweging van een uittocht en een intocht een schema is dat in veel Bijbelse verhalen terugkeert.

Volksliteratuur kan nauwelijks zonder een held. In het boek Exodus is Mozes de held aan wiens geboorte de status van een Hebreeuwse verlosser wordt toegeschreven. Zijn jeugd wordt beschreven en op zijn leidersrol wordt gezinspeeld. Hij is vooral een bemiddelaar, wordt geportretteerd als een intermediair die openbaart wat het verstand niet kan begrijpen. Mozes leefde voor het volk Israël, droeg de last ervan en ontwikkelt een visie op hun welzijn. Hij zal het grote vertrek van een groep geknechte mensen begeleiden, hun uittocht gestalte geven, hen helpen zich los te scheuren uit de tichelbakkerijen van de farao, maar niet, voordat er een theofanie, dat is een manifestatie van een godheid aan een mens, bij de Sinaï heeft plaatsgevonden.

Nadat Mozes veertig dagen op de berg vast, glanst zijn gezicht van licht. De berg staat voor enige plek waar het helemaal stil is en een mens vrij is van plannen, gedachten, zorgen, problemen en moderne slavendrijvers die je opjagen, onderwerpen aan eisen waar je niet aan kunt voldoen. Op de bergtop, hoog verheven, staat Mozes in het midden van zijn leven, houdt de ogen vast gericht op het land dat voor hem ligt. Mozes leeft alleen in de bergen, ver weg van de agitatie van de stad, het tumult op de markt en het spektakel van de cultuur. In de wildernis zorgt hij voor zijn schapen. In de stilte en gereinigd van enige emotie en lichamelijke zorg, wordt Mozes iets duidelijk. In de ‘wetteloosheid’ van de natuur staan hem enkele inzichten helderder voor ogen dan wanneer hij aan de voet van de berg, aan de rand van de samenleving geconfronteerd wordt met mensen die, moe en leeg, vanuit ontevredenheid hun beklag doen. Voor Mozes behelst dat inzicht dat ‘het goddelijke’ naar zijn eigen aard een grens heeft.

Na twee perioden van veertig dagen en nachten gaat Mozes zijn opvatting van het goede uithouwen in een nieuw stel stenen tafelen. Dat is Mozes ten voeten uit: hij schrijft goddelijke karakters in tabletten, geeft vorm aan een ethiek en test zijn ideeën daarover met behulp van de instrumenten in zijn handen. Nu zou iemand kunnen opwerpen dat Mozes er verstandig aan had gedaan een beetje in de pas te lopen met de geschiedenis om te harmoniëren wat hij op de berg van de godskennis had ervaren. Mozes echter is de man met de staf en de beitel: hoeder, leider en ambachtsman die laat zien dat zijn opvattingen over ‘hoe te leven’ en ‘wat te doen’ bewerkelijk zijn. Mozes de kunstenaar en wetgever ineen moet ze kunnen uithakken en met het grootste gemak ook weer kapot kunnen gooien.

Wat Mozes je leert is dat degene die zich intiem associeert met God voorbij moet gaan aan al wat zichtbaar is en geloven dat God daar is waar het begrip of de rede niet toe reikt. In de contemplatie van een transcendente natuur ontving Mozes de goddelijke ordinanties. De weg die Mozes daartoe bewandelt, is die van de zuiverheid van het lichaam besprenkeld met ‘religieus wijwater’. Hij vast.

Mozes doet nog iets meer: voordat hij de berg beklimt, wast hij zijn gewaad. Aangezien kleding bij het maken van een bergtocht of bergbeklimming gauw vuil wordt en een vlek de gang naar God niet belemmert, denk ik niet dat we de term ‘gewaad’ letterlijk moeten opvatten. Het gewaad vertegenwoordigt de uiterlijkheden van het leven waarin een mens zich kan hullen. Met de kleren om het lijf van Mozes worden zijn bezigheden bedoeld die samenhangen met zijn rollen. Wil God aan hem kunnen verschijnen, dan is een voorwaarde dat hij al zijn dagelijkse functies neerlegt. Pas in zijn naaktheid kijkt Mozes niet in een wazige spiegel naar zichzelf in alle ambten die hij bekleedt, maar wordt een scherpomlijnd, betrouwbaar beeld van hem weerkaatst. En dit is het Adamskostuum, de schone lei-conditie, waarin God een mens kan naderen. De mens die vervolgens overschaduwd wordt door Gods geest herstelt het ongebroken karakter van de eigen zijnswijze, wordt als het ware onsterfelijk door de letters, geschreven met een geestelijke pen.

In 1 Korintiërs 13 vers 1 tot 13 gebruikt Paulus het exodusmotief om de beperkingen van het mozaïsche verbond aan te wijzen. Hij doet dat op basis van zijn eigen apostolische ervaring en het is verankerd in zijn autobiografie. Met het oog op het doel om de restricties van de stenen tafelen naar voren te brengen, refereert Paulus aan de straling van Mozes’ huid. Mozes neemt een lichtverschijning waar, doet een ervaring van verblinding op, op het ogenblik dat God hem passeert. Wellicht zou je kunnen zeggen dat Mozes de plaats zag waar God zich eerder bevond. In het voorbijgaan ontstaat er een flikkering die onzichtbaar, ontoegankelijk is voor de mens die God recht in het gezicht wil kijken. Dat Mozes zijn gezicht met een sluierdoek moest bedekken en er een gloed op zijn gezicht verschijnt, wil zeggen dat hij in de toepassing van de wet vaak een oogje moet dichtknijpen.

De stenen platen zijn gemaakt van aardse materie en Mozes kon ze als een document doorsturen naar ‘de Ene’ die er zijn stempel op zou achterlaten. Een mens echter, kan de wet in letters van steen bij zich dragen, dat wil nog niet zeggen dat zij of hij begrepen heeft wat genade kan betekenen. Gratie, kwijtschelding, vergeving of volledige absolutie in het toepassen van de wet is een act waarin verbittering kan omslaan in zachtmoedigheid. De tafelen waarin Mozes de wet uitbikte waren van steen. Zonder liefde echter heeft geen enkele wet enige waarde: liefde is de conditie waaronder een wet kan gedijen. Liefde is voor Paulus als een uit te voeren opdracht en einddoel. Met het concreet beoefenen van de liefde tijdens het eigen leven laat de liefhebber de wet in Godwaartse richting opgaan.

Wat je van de apostel Paulus leert is dat in het geval van de liefde er slechts één grens is, en dat is, dat er aan liefde geen grens zit. Het goede, deugd heeft een limiet in zichzelf. Goed doen houdt een keer op, maar liefde wordt niet afgebakend door beperkingen. De apostel leert je een begrip van het ‘perfecte’ leven voor de mens. Het pad van de liefde is een voortreffelijke weg die niet begaanbaar is zonder gratie en daadkracht. Wie haar praktiseert maakt wat gebroken is heel en kan een nieuw perspectief bieden op mensenlevens.

Amen

Gereformeerde kerk Lisse, 22 oktober 2017

Preek naar aanleiding van Psalm 33:12-22 uit Huub Oosterhuis, 150 psalmen vrij, Jesaja 65:17-25 uit de Naardense Bijbel en Lucas 12:32-40 uit Bijbel in Gewone Taal voor de viering op de vijfde zondag van de herfst op 22 oktober 2017 om 10.00 uur in de Gereformeerde kerk te Lisse

Gemeente,

Valt de tekst op naam van Jesaja te categoriseren als sciencefiction, poëzie of protestliteratuur? Als je het visioen van de profeet Jesaja leest, dan lijkt het op een fragment uit een dagboek. Het dagboek is een persoonlijk en intiem geschrift waarin Jesaja dagelijks zijn gedachten aan het papier toevertrouwt.

Een dagboek kan een hulpmiddel zijn om gebeurtenissen in de wereld te beschrijven, tussen die gebeurtenissen verbanden te leggen, kortom, een verhaalstructuur te construeren en de eigen rol erin te verhelderen. Dagboeken hebben veelal een autobiografisch karakter en zijn gesitueerd in het heden of verleden: er worden actuele gebeurtenissen in vastgelegd of er wordt teruggeblikt.

Jesaja, een ziener, kijkt vooruit en projecteert zijn dromen en wensen in de toekomst, en op andere plaatsen stelt hij zich ook nog de vraag welke taak hierin voor hemzelf is weggelegd.

Wie was de geadresseerde van deze tekst? Dagboekfragmenten vormen dikwijls ‘geheime’ teksten, die enkel voor de ogen van de auteur zijn bestemd. Daarom kun je als lezer(es) een ongemakkelijk gevoel krijgen bij het lezen van de privéoverwegingen van een ander. En toch, de auteur heeft zijn reflecties en verbeeldingen op schrift gesteld in de wetenschap dat derden er kennis van kunnen nemen.

Helpt het de vraag tot wie de auteur zich richt te beantwoorden door de focus te verschuiven van het publiek naar de boodschapper, en naar een boodschap die zich onttrekt aan ‘het individuele’, ruimte en tijd, en dat een perspectief weergeeft, dat het in elke tijd en onder alle omstandigheden waard is door een ieder gehoord te worden?

Om te begrijpen hoe Jesaja tot zijn exaltatie komt, is het nodig eerst licht te werpen op wie hij is en welke historische en politieke situaties zijn geest zo in vervoering brengen.

Als lezer(es) kijk je mee over de schouder van een profeet die lijdt aan zijn tijd. Jesaja’s tijd wordt gekenmerkt door geweld. Conflicten en teleurstelling maken deel uit van zijn dagelijkse werkelijkheid. In de chaotische opeenstapeling van sociale en politieke misère schrijft hij zijn dagboek, dat wortelt in de realiteit, en omdat die realiteit hem weinig vrolijk stemt, baseert hij zijn hemelse beleidsplan op de idealiteit. Jesaja is een noodgedwongen idealist.

Vandaag de dag zou je de Chinese kunstenaar Ai Weiwei als een hedendaagse Jesaja kunnen beschouwen. Ai Weiwei zet zich door middel van installaties, sculpturen, fotografie en film in voor mensenrechten.

Op het kruispunt van ‘reeds’ en nog niet, weten en niet weten verzinnebeeldt Jesaja een wereld waarin de tijdelijkheid wordt opgeheven, plaats is voor vernieuwing, reden is tot blijdschap, voldoening, genot, vervulling en harmonie. Meegenomen in Jesaja’s toekomstmuziek zou je haast vergeten dat de bron waaruit zijn visies voortkomen er een van pijn is. De lippen van de dromer zijn vaak geschoeid op de leest van ondraaglijke gevoelens. Zijn wensen zijn gebouwd op de fundamenten van een klachtenbrief.

Mag ik u een bijbels Hebreeuws woordje leren? Het staat vertaald aan het begin van Jesaja vijfenzestig vers zeventien. Hinne, een tussenwerpsel dat ‘zie’ betekent. Verblinding vormt voor Jesaja het ‘materiaal’ dat aanzet tot zien. Verharding in zijn leefwereld spoort hem aan tot volharding in hoop. Die hoop is vervat in de tekst die op het woordje hinne volgt en dat van het boek tegelijkertijd een getuigenis maakt. Er is die mens, Jesaja, die temidden van al het tumult God zoekt en zie, hier manifesteert God zich in het voorstellingsvermogen van die mens.

Eschatologie verandert in kosmologie, kosmologie in een nieuwe metafysica. Werkt het niet aanstekelijk? Jesaja lijkt op een personal coach die over het vermogen beschikt te enthousiasmeren. Het hinne, ‘zie’, heeft veel weg van een imperativus, een gebiedende wijs. Het bevat een appèl op mij als lezer(es) om eigen droombeelden ‘wereldkundig te maken’.

Hoe leer je nu met je geestesoog zien over de grens van het heden heen? Het gebeurt als je bij jezelf naar binnen kijkt, naar boven schouwt, naar buiten kijkt. Tijdens die inwaartse beweging vergeet je de wereld om je heen, je oriëntatie, de coördinaten van Noord, Zuid, Oost en West, verdwaalt in vergezichten, wacht op wat er nog niet is, en luistert naar wat komen gaat. Het is de openheid die in het bijbels Hebreeuws wordt aangeduid met hinne-ni, ‘zie mij’, hier ben ik, tot uw dienst.

Die ontvankelijkheid blijkt het begin van onvergankelijk leven. Deden eerder ervaringen van onzekerheid, geen vaste grond onder de voeten hebben, instabiliteit de profeet zijn grip op de werkelijkheid verliezen, nu buitelen de beelden van continuïteit en bestendigheid over elkaar heen. En dit is het moment dat de verrukte profeet een gedisciplineerde psalmist wordt, de ziener de hoed opzet van de dromer. In vergelijkingen en symboliek componeert Jesaja, fijnbesnaard en lyrisch als hij is, toekomstmuziek. Met zijn stem laat hij tekst op een melodie horen. In zijn poëtische schilderingen musiceert hij. De climax van zijn openbaringen culmineert in een chanson.

En tenslotte volgt na wachten, uitzien en ontmoeting dan ook een goede boodschap. De lieddichter maakt de switch naar de rol van evangelist. De songwriter wil zijn blijdschap rondbazuinen.

Droom groot, kies voor duurzaamheid, doe dat waar je zielsgelukkig van wordt, wees opmerkzaam en alert zodat je aangenaam verrast zult worden.

Amen